We zaten gewoon op de grond in de speelzaal. Eerst met 6 leerlingen en later dezelfde vijf leerlingen als twee weken terug.

Het namenspelletje ging als een trein en binnen twee minuten zaten ze allemaal keurig op hun kussens te ademen en tot zichzelf te komen.

Ik las een verhaal van Toon Tellegen voor dat heet: ‘De verdwijning van de Boosheid’.

Juf Mirjam leest voor uit De verdwijning van de boosheid van Toon Tellegen Bron: www.youtube.com

Het werd een hele gezellige boel hoewel het gesprek toch echt over boosheid ging.

Sommige kinderen worden simpelweg nooit boos. Anderen eigenlijk heel vaak en weer anderen alleen wanneer iemand boos op hen wordt. Het leek eerst zo’n leuk idee dat de boosheid helemaal zou verdwijnen, maar dat bleek toch op problemen te stuiten. Als niemand meer boos zou worden, luisteren kinderen dan nog naar hun ouders? En naar elkaar? Zolang er nog boosheid is kun je tenminste nog boos worden als iemand zegt dat je iets gedaan hebt, en je hebt het niet gedaan? Je kunt zelfs boos worden op de kraan wanneer er te warm water uitkomt. Niet dat de kraan dan ook luistert, want een kraan heeft geen oren en zonder oren kun je helemaal niet luisteren. Zussen schijnen het fijn te vinden wanneer ze boos op elkaar kunnen zijn. Maar andere zussen vonden dat echt niet kloppen, want die zijn nooit boos op elkaar. Soms is het fijn om te zorgen dat iemand boos op je wordt, want dan kun je lekker knijpen. Helpt het dan ergens voor als je boos wordt? Nou alleen bij anderen. Want als iemand boos op jou wordt, word je gek genoeg zelf ook weer boos. Daar moesten we allemaal om lachen. Wie is er dan de baas over jouw boosheid? Ik natuurlijk!!! Hmm?? Jij bent de baas over je boosheid als een ander boos op jou wordt? Leg uit? Nou dat ging natuurlijk niet meer omdat het tijd was. En omdat de tijd verdween, verdwenen ook alle woorden over boosheid.