Tuin-2

Juf Denise over de Kook- en smaaklessen in groep 3 en 4

Bij binnenkomst wordt ieder kind persoonlijk begroet. Je kan het enthousiasme van hun gezichten aflezen. “Wat gaan we vandaag maken juf?” is vaak de eerste vraag. De begroeting werkt voor mij als een soort stemmingsmeter. Als een kind zonder glimlach binnenstapt, vraag ik altijd naar de reden. Deze leerling hou ik dan extra in de gaten en verwen hem of haar die dag wat meer. Hopelijk gaat hij of zij aan het eind van de les toch weer met een glimlach uit de kookles.

Kookregels
De kinderen bekijken de benodigdheden op de werktafel nieuwsgierig. Maar de kinderen kennen mijn kookregels: eerst handen wassen, schort om en gaan zitten. Pas als het recept met instructie is doorgegeven mogen ze aan de slag. Een belangrijke regel in mijn les is: je neus niet ophalen voor het eten. De kinderen vinden niet alle groenten lekker. Madeleine, mijn onmisbare onderwijsassistente, en ik stimuleren ze wel altijd om te proeven, maar verplichten ze nooit.

Aan de slag
Het is iedere keer weer een feestje als ze ijverig aan de slag gaan. De vragen om hulp barsten los en intussen horen we een hoop verhalen over hoe het er thuis bij het eten aan toe gaat. Madeleine en ik luisteren geamuseerd als de grappigste verhalen voorbij komen.

Aan het einde van de les eten we het zelf klaargemaakte eten gezamenlijk op. Dan komen de verzoekjes als “Mag ik een bordje brengen voor de juf?”, “Mag ik wat meenemen voor thuis?” en “Mag ik alstublieft het recept?”. We houden altijd een beetje rekening met de leerkrachten en maken daarom net iets meer, zodat zij ook mee kunnen proeven.

Sociale vaardigheden
Door het koken leren de kinderen veel sociale vaardigheden: samen eten, opruimen en elkaar helpen. Ik ben heel trots op onze kinderen en geniet ontzettend van het geven van de kooklessen. Mijn mooiste compliment van de kinderen is: “Ik weet nu niet meer wat ik het lekkerste vind: stamppot, roti, groente wrap? Zo lekker juf!”.

Ook bij het afruimen van de tafels, het afwassen en de vloer aanvegen werken alle leerlingen vlijtig mee. Zodra de eerste groep geweest is weet de tweede groep vaak al wat ze gaan maken, dat gaat als een lopend vuurtje door de school. Als de tweede groep binnenkomt hoor ik ze vaak zeggen “Ik weet al wat we gaan maken”. En dan gaan ze keihard aan de slag.

Meester Jasper over de technieklessen in groep 6, 7, 8

De leerlingen uit groep 6, 7 en 8 hebben de afgelopen weken geleerd wat elektriciteit is door zelf stroomkringen te maken. Ze begonnen heel simpel met een batterij op een lampje aan te sluiten. Daarna werd de opdracht iets moelijker. Er moest een tweede lampje bij en een lichtknopje om de lamp aan en uit te zetten. Nadat ze dit eenmaal onder de knie hadden, leerden ze hoe dit soort schakelingen officieel getekend moeten worden op papier.

Zodra de kinderen weten hoe elektriciteit werkt mogen ze zelf een huisje of auto bouwen en daar elektriciteit in aanbrengen. Ze experimenteren met licht dat aan en uit kan of een zoemer als deurbel. De laatste stap in de opdracht is het maken van een zenuwspiraal. In dit spelletje is een draad de stroomkring. Raak je de draad aan met de pen die erom heen zit, dan gaat er een zoemer af. De kinderen leren zo dat de stroomkring gesloten is als je hem aanraakt en er een zoemer afgaat.

Techniek

Ik snap het niet, dat kan niet
Niet alle kinderen hoeven heel goed te worden in elektriciteit. Maar kinderen moeten in de techniekles wel leren hoe ze een probleem kunnen oplossen. Bij het oplossen van een probleem is het belangrijk om voor jezelf dat probleem in verschillende stappen op te splitsen. En het is belangrijk om die stappen onder woorden te kunnen brengen.

Daarom hebben alle kinderen een schrift waarin ze de stappen van de opdrachten moeten opschrijven. Ze kunnen dus niet zeggen “Ik snap het niet”. In een stappenplan zijn er altijd een paar stappen die je echt wel snapt. Als je die stappen opschrijft en opnieuw doorloopt zie je wat je niet snapt.

Geen vragen
Als leerlingen aan een opdracht gaan werken spreek ik met ze af dat ze de eerste 10 minuten geen vragen stellen. Eerst maken de kinderen zelf een stappenplan in hun schrift. Want alle kinderen bij elkaar snappen alles. Dus als je de eerste keer iets niet snapt, ga je opnieuw lezen en goed nadenken. Als je het dan nog niet snapt, vraag je het aan je buurman. Als je er samen niet uitkomt ga je om je heen kijken of iemand anders het wel snapt.

Het opschrijven van de stappen heeft nog een functie. Als kinderen zeggen “Ik snap het niet” weet ik ook niet wat ze niet snappen. Met een stappenplan zie ik wel welke stap ze niet begrijpen. Dan kan ik ze beter helpen. Dat is hard werken, maar in groep 7 en 8 gaat dat nu redelijk goed.

Gedachten structureren
Je gedachten structureren in een stappenplan en terug kunnen kijken in je stappenplan als er iets mis gaat. Díe skill is in mijn technieklessen het belangrijkste. Dat moet ieder kind goed kunnen.

Meester Hans over de tuin- en natuurlessen

Iedere maandag krijgen groep 6, 7 en 8 tuinles op het, deels tot schooltuin omgebouwde, schoolplein. Afhankelijk van het weer gaan Anne en ik met de kinderen naar buiten of nemen we een natuurthema in de les. Zo hadden we onlangs uilenballen in de les. Uilen braken de onverteerbare delen uit, zogenaamde braakballen of uilenballen. Deze zitten vol met botjes van vogels en muizen. De kinderen vonden het prachtig om dit uit te zoeken!

Tuin-1

Naar buiten
Als het enigszins te doen is gaan we naar buiten. Er zijn altijd wel een aantal standaard klusjes in de tuin: vegen, afval opruimen en de composthoop omspitten. Daarnaast bedenken we activiteiten waarbij de kinderen zoveel mogelijk zintuigen kunnen gebruiken. Eetbare bloemen, zoals Oost-Indische kers en Komkommerkruid, is daar een heel leuk voorbeeld van. Kinderen gaan op zoek, kijken naar de bloemen, plukken ze, ruiken eraan en proeven ze uiteindelijk.

Voorzaaien
Nu kijken we uit naar het voorjaar! Na de voorjaarsvakantie gaan we voorzaaien in de klassen. Zaden van groenten en bloemen worden in potjes onder plastic op een warme plek gezet in de klas en gaan rond de meivakantie naar buiten. We zaaien pompoen, sterrenkers, maïs en radijs. De kinderen vinden het altijd een hele belevenis om dit uit te voeren en ook te zien groeien en bloeien. Zo brengen wij de natuur dichter bij onze (stads-)kinderen!

Meester Joeri over filosoferen in groep 6

In groep 6 filosoferen we over onderzoek doen. Eerst lazen we het verhaal ‘De dag dat de zee weg was’ van Awee Prins. Het hoofdpersonage Kees de kreeft wordt wakker, kijkt naar buiten en ziet dat de zee is verdwenen. Hij besluit onmiddellijk naar de meest geleerde van de zee te gaan, de octopus, die soms wel acht boeken tegelijk schrijft. De octopus vindt in zijn literatuur en documentatie geen enkel bericht over een verdwenen zee, waarop hij concludeert dat de zee niet weg kan zijn. Kees vermaant de octopus naar buiten te kijken, want daar is de échte wereld te zien.

Filosofie

Vragen stellen
Na het verhaal worden de kinderen uitgenodigd om vragen te stellen over het verhaal. De vragen komen snel op gang: Waarom denkt de octopus dat alles over de wereld alleen in boeken staat? Hoe weten we dat wat in een boek staat waar is? Hoe weten we of wat we op internet opzoeken waar is? Hoe kunnen de kreeft en de octopus leven zonder water? Hoe kunnen ze eigenlijk zien dat de zee weg is?

Waarom willen mensen alles weten?
Als ik vraag hoe de kreeft en de octopus er in het verhaal achter komen wat er aan de hand is zegt een leerling: je kan onderzoek doen. Wat is dat dan, ‘onderzoek’? De kinderen weten het wel: dat doe je wanneer je iets wilt weten. Als je wilt weten hoe iets zit of hoe iets werkt. En hoe doe je dat? Je kan internet op gaan, je kan onderzoek doen met je computer en je kan het opzoeken.

Na al deze vragen en ideeën vraagt een meisje: “Waaróm willen mensen eigenlijk alles weten”? Helaas is de tijd op. Met deze vraag in gedachte gaan de kinderen terug naar hun eigen klas.