Goedemiddag meester Twan en juf Karima klinkt het in koor. Nadat meester Twan op zijn presentielijst de namen van alle aanwezige kinderen heeft afgevinkt kan de tuinles echt beginnen. Zittend op een boomstronk leest hij een verhaal voor over de vliegenfamilie en het vliegje Evert-Jan. Een poepvlieg met smetvrees. Een enkele kleuter kent het verhaal al en laat dat ook uitgebreid weten.

IMG_6267

Na afloop gaan de kinderen in kleine groepjes op zoek naar mieren en andere insecten. Het thema van deze les is kleine dieren. Omdat het bijna zomer is moeten ook de voorgezaaide planten de grond in. Met schep en gieter gaat de andere helft van de groep aan de slag. De anderen zijn druk bezig mieren tussen de stoeptegels te vangen en in een potje te doen.

“Heerlijk zo’n kleine groep, we werken nu met halve klassen en dat werkt fantastisch. Je hebt meer ruimte om aandacht aan de kinderen te besteden. En je kan de tijd nemen om iets uit te leggen zonder dat je achter andere kinderen aan hoeft te hollen. De kinderen zelf zijn ook een stuk rustiger doordat ze vragen kunnen stellen”, zegt meester Twan.

“Vandaag focussen we op kleine dieren en gaan de zonnebloemzaadjes die ze in klas voorgekweekt hebben de grond in. Ze leren planten, bijvoorbeeld hoe diep een plant in de grond moet en dat je het daarna water moet geven. Het is leuk hoe de kinderen eigen woorden maken over de dingen die ze in de tuin zien. Naaktslakken heten blootslakken en als ze dat zo verwoorden denk ik: oh ja, dat is eigenlijk wel goed, jullie begrijpen dus toch waar het over gaat. Dan heb ik het over de hele kleintjes.
De tuin zelf gaat er steeds verzorgder uitzien. Meester Hans doet het onderhoud, er zijn paadjes aangelegd zodat de kinderen ook tussen de planten door kunnen lopen en zich directer in het groen kunnen bewegen”.

IMG_6484-1-gesleept

“Wat deze les voor mij bijzonder maakt is dat ik een kleuter heb met een zonneallergie. Het is de eerste dag dat het zo warm is, dus is het zoeken hoe je met zoiets omgaat. Zelf gaat hij er heel realistisch mee om en zegt zelf: meester als ik dit of dat doe ga ik dood. Dan schiet er wel een enorme brok in je keel. Het is dus nog even zoeken, ik gebruik de schaduwplekken, bijvoorbeeld bij het voorlezen. Verder kijk ik hoe ik de les zodanig kan inrichten dat het voor hem geen uitzonderingpositie wordt en dat hij zoveel mogelijk mee doet. Vandaag is dat prima gelukt, iedereen is lekker bezig en dat maakt dat het weer een hele leuke les is”.