Ze heeft het liever niet over filosofie maar over nadenken. In haar lessen gaat het er vooral om dat de leerlingen goed leren zelf na te denken. Hoe ze logisch kunnen omgaan met wat hun door volwassenen wordt aangereikt. Wie goed nadenkt, ligt ook wel eens dwars. Iets anders denken dan je vermoedt dat de juf wil horen, is voor een kind soms best moeilijk en eng.

Nagedacht hebben Mirjam en andere mensen bij Vakmanstad ook veel over de inrichting van de leerlijn voor het vak, zoals ze dat bij Vakmanstad voor alle vakken doen. Nu weten ze van A tot Z (van groep 3 tot en met 8) waar ze bij filosofie aan toe zijn. Met een team van Stichting Leerplan Ontwikkeling is naar de filosofielijn gekeken en zij waren er zeer over te spreken. Van zomaar wat nadenken is dus geen sprake.

Foto-filosofie-uit-film
Filmstill uit ‘Doen-denken op de basisschool’

Vaste structuur

De lessen verlopen steeds volgens een vaste structuur. Ook hier gaat de praktijk voor: door die opbouw krijgen de leerlingen de vastheid waarmee ze onzekerheid in de lessen aankunnen. Want in tegenstelling tot de andere lessen en leerlijnen op de school krijgen de leerlingen geen antwoorden van de juf. Geen antwoorden? Nee. Daar mogen de kinderen zelf mee komen. En elk antwoord staat weer open voor onderzoek in de lessen filosofie. In het begin is dat best eng voor de leerlingen. Een antwoord waar geen eind aan komt, dat kan toch niet?

Deel 1: De Regels van de Bal

Hoe verloopt zo’n filosofieles? De kinderen komen bij juf Mirjam in een klaslokaal zonder stoelen en tafels waar zo’n 24 kussens in een cirkel liggen, met in het midden een rond tapijt. Als de kinderen eenmaal zitten en rustig zijn wordt begonnen met het eerste deel van de les: de Regels van de Bal. Die bal, een zacht exemplaar van stof, vliegt tijdens de les van leerling naar leerling en die vlucht bepaalt de omgangsregels. Alleen als je de bal in handen hebt mag je wat zeggen. Die ijzeren regel wordt er elke les weer ingestampt. Geen kind vindt het vreemd om zijn vinger twintig minuten in de lucht te houden. Dat verwacht je niet van de stuiterballen uit groep 6 in de filosofieklas van juf Mirjam. Maar daar is het normaal. Het is er een beetje stil eigenlijk.

De Regels van de Bal zijn belangrijk voor de leerlingen. Goed gebruik van de bal brengt veiligheid. Filosofie biedt weinig zekerheden (zoals geen antwoorden) en daar kunnen kinderen angstig van worden. Duidelijke regels in het lesverloop bieden hier vertrouwen en zekerheid die de kinderen voor het nadenken nodig hebben.

Foto-filosofie-2uit-film
Filmstill uit ‘Doen-denken op de basisschool’

Deel 2: Het Namenspel

In het Namenspel vliegt de bal van het ene kind naar het andere. Meisjes gooien naar jongens, jongens naar meisjes. Het kind dat aan de beurt is, meldt: ‘Ik kreeg de bal van Sebastiaan, die de bal kreeg Ebony, die de bal weer kreeg van Illias, en die kreeg de bal van Mary-Jane. Ik heet Damian en ik gooi de bal naar Julia.’

Uiteindelijk moeten de kinderen zes namen onthouden, meer kan niet, dat vertikt het brein, beweren de deskundigen. Het is ook de bedoeling dat alle kinderen binnen vijf minuten aan de beurt zijn geweest. Dat is een spannend gebeuren. Het mag dan heel enerverend zijn, het Namenspel kent wel bepaalde leerdoelen. In het spel wordt het brein getraind op concentratie en focus. En dat is nodig, want je wordt door de andere leerlingen en ook – en dat vooral ‑ juf Mirjam achter je broek aangezeten. En toch zitten alle kinderen tijdens het namenspel op het puntje van hun … kussen.

Deel 3: Op adem komen

Je kunt veel in een les stoppen, jonge kinderen kunnen best wat hebben, maar er zijn grenzen. Omdat de tweede helft van de les behoorlijk veel denkkracht vereist, mogen de leerlingen op meditatieve adem komen. Ze doen daarom een paar minuten ademhalingsoefeningen. Dan kunnen ze daarna er weer tegenaan.

Het is natuurlijk een beetje vreemde eend in de bijt, filosofie, in het vakkenpakket van een gemiddelde basisschool. Hoe gaan de andere docenten met zo’n eend om? Dat was in het begin best even wennen. Doordat ze de strakke en heldere aanpak van Mirjam leerden kennen zijn ze er nu aan gewend. Zelfs zo dat juf Mirjam van sommige docenten opmerkingen krijgt dat de leerlingen goede vragen stellen.

Deel 4: Stimulus

In het volgende onderdeel wordt de leerlingen een geval voorgelegd, de stimulus. Dit onderdeel is elke les anders. Deze stimulus vormt het startpunt voor het gesprek en de andere vragen die in die les aan de orde komen.

Een zo’n stimulus is: ‘Rommel’, een mooi voorbeeld van de humor in de lessen. Dat is steeds de topper van het najaar. Mirjam spreidt dan een hoop rotzooi over de vloer en vraagt dan: “Is dit rommel? Wanneer een leerling antwoordt: “ja want het ligt op de grond”, gaat Mirjam er zelf tussen liggen. ‘Maar ik lig hier ook, wat ben ik dan?’ Dan heb je wel een gesprek.

Dit keer was de stimulus het resultaat van de vorige les van groep 6: ‘Zoek een filosofische vraag bij een rode paprika’. De kinderen hadden daar allerlei vragen over gesteld die op strookjes waren geschreven. En die werden weer deze les gebruikt.

Deel 5: Gesprekken

In deze les meldt Mirjam dat er drie soorten vragen zijn. Weetvragen, meningvragen en filosofische vragen. Tussen de vragen op de strookjes zat dit keer de vraag of paprika’s weten wie hun kinderen zijn. De een vond van niet, een ander wel. Maar de kinderen wisten nog niet te bepalen of het een filosofische vraag was. Voor het antwoord op zo’n vraag wordt een redenatie gebruikt. Die kwam uiteindelijk van Mary-Jane: ‘Paprikakinderen kunnen niet weten wie hun ouders zijn, want die moeten sterven om kinderen te maken.’ Het draait om de logica van die zin.

Het is een uitermate boeiend gebeuren, dat gesprek. Maar het kan ook heel grappig zijn.

Zo had een klas gekozen voor deze stimulus: ‘Is het slecht om verliefd te worden op een baby?’ O jee, GEVAAR!, ziet Mirjam de kinderen denken.

‘Welnee, alle moeders zijn verliefd op hun baby’s.’ zegt een kind dan.

‘En vaders?’ vraagt een ander kind. ‘Die mogen toch ook verliefd zijn? En dan hun kind een kusje geven?’

Toen waren de meningen nogal verdeeld. Mannen die zoenen, het is toch wat lastig. Maar een kind vond: ‘Het is de vader, dus: ja, dat mag hij.’

Zo verlopen de gesprekken. Dan weer gaan ze over een juf die rommel is, dan over zwangere paprika’s of verliefde baby-ouders.

Het nut van het vak

Wat willen Mirjam en Vakmanstad met de filosofielessen bereiken? Ze willen dat de kinderen logica gaan gebruiken in hun wereld. Door krijgen wat de grote mensen bedoelen, en vooral ook zelf beredeneren of het klopt of niet. Dat ze standpunten accepteren waar ze het eigenlijk niet mee eens zijn. Ermee leren omgaan dat andere mensen nu eenmaal anders zijn en dus andere onderbouwingen van hun meningen hebben. Dat zijn mooie resultaten om na te streven. De eerste tekenen zijn er. Zoals de leerlingen die na de les nog even blijven hangen om over het onderwerp te spreken. Of die leerling die de juf aan iets herinnerde van drie weken eerder. Dan blijkt er iets te beklijven. En kan Mirjam geroerd naar huis.

Bekijk hier een filosofieles van Mirjam Bron: www.youtube.com