IMG_0973

2004 – 2006

Rotterdam in transitie

Vakmanstad
Henk Oosterling in de tuin van OBS Bloemhof.

Na de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh is Rotterdam van zijn à propos. Niemand snapt nog waar de dreiging ineens vandaan komt. Er heerst een angstcultuur. Met dat maatschappelijke sentiment op de achtergrond is filosoof en wetenschapper Henk Oosterling bezig met een onderzoek: “Hoe is Rotterdam de afgelopen 50 jaar veranderd?”. Henk toont in zijn analyses onder andere aan hoe Rotterdam een transitie heeft doorgemaakt van een arbeidersstad naar een festival/cultuurstad. Hij ziet dat er een verjonging en vergroening van Rotterdam plaatsvindt. Ook ziet hij een beweging in de vraag naar andere skills op de arbeidsmarkt en het onderwijsaanbod dat daarin tekort schiet. Alle bevindingen bundelt hij in zijn Stadslezing van 2004 met de dubbelzinnige titel ‘Kleurloos Rotterdam 2025’.

Perspectief voor de stad

De integraliteit van de visie in de lezing spreekt tot de verbeelding. Het biedt jongeren in de stad een perspectief. Er beginnen mensen aan Henk te trekken uit de lokale politiek. Ook wooncorporaties als Woonbron en Vestia willen graag met hem in gesprek. De oorspronkelijke resultaten uit de lezing spitst Henk in zijn verhalen steeds meer toe op de problematiek van die partijen. Woningcorporaties hebben namelijk vanuit Den Haag opdracht gekregen om te investeren in de wijken. Met betrekking tot het gebiedsontwikkelingsproject Pact op Zuid willen alle betrokken partijen weten wat Henks inzichten voor hen kan betekenen.

Cultureel ondernemen

Het basisidee van een integrale aanpak geeft hoop aan partijen die elkaar voorheen nooit echt wisten te vinden. Het biedt nu wel een basis om verbindingen te maken. Dan wordt er een belangrijke stap gezet. Dominic Schrijer, Rotterdams wethouder met als portefeuilles Wonen en Buitenruimte, vraagt Henk om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om zijn visie in de praktijk uit te voeren. Van daaruit ontstaat een eerste project in samenwerking met het Architectuur Instituut Rotterdam (AIR). Henk werkt anderhalf jaar intensief samen met de architect Dennis Kaspori met wie hij al onderzoek naar nieuwe woon- en werkvormen heeft gedaan. Op de achtergrond van deze samenwerking speelt het gedachtegoed van Jeanne van Heeswijk, een conceptueel kunstenaar die veel in de openbare ruimte werkt, mee. Dennis werkt ook met haar samen. Wat Van Heeswijk cultureel ondernemen noemt, adopteert Henk in zijn boodschap naar buiten. Maar voor hem ligt achter dit cultureel ondernemen iets veel belangrijkers: duurzaam vakmanschap. Daar spitst hij zijn ecosociale onderwijsvisie voor ander vakonderwijs met nieuwe skills op toe.

2006 – 2008

Het goud van de straat

Concire, ontwikkelaar van gebiedsconcepten, komt dan in beeld. Carol Hol, de directeur, wil samen met Henk projecten opzetten. Hij betrekt Henk in zijn plannen. Zijn dilemma is dat woningcorporaties op Zuid graag iets willen doen met architectuur en bouwen, maar vastgeroest zitten in oude patronen. Ze willen er ook jongeren bij betrekken, de huurders en kopers van de toekomst. Via nieuwe methodieken en de inzichten van Henk kunnen die fixaties worden doorbroken. Henk blijft niet achter zijn bureau zitten, maar gaat de straat op. Hij leert via jongerenwerkers jongerengroepen, zoals freerunners uit IJsselmonde, kennen en ontdekt waar ze goed in zijn. Hun skills. Tegelijkertijd komt Henk ook over de vloer bij gemeenten en wooncorporaties. Karin Schrederhof, directeur van Woonbron, ziet de potentie van zijn ideeën. Zij heeft de taak om vanaf 2006 Pact op Zuid op te tuigen en ziet in Henk een verbindende schakel. Henks invalshoek is: laat niet de politiek, maar mensen in de wijken, met name de jongeren het verhaal van Zuid vertellen en uitleggen wat zij nodig hebben. Over zijn project met jongerengroepen wordt door Rob Schröder een VPRO-documentaire gemaakt: ‘Jong zijn in Zuid’. Dan kloppen plotseling deelgemeenten bij Henk op de deur met de vraag om een gebiedsvisie te ontwikkelen. Ook wordt hij bij de ontwikkeling van duurzame gebiedsontwikkeling voor de nieuwe Stadshavens betrokken. Alle partijen omarmen de integrale aanpak op het vlak van wonen, werken en onderwijs.

“Wij wel!”

Henk geeft in 2007 de helft van zijn baan als hoofddocent Filosofie aan de Erasmus Universiteit op, om zich meer op zijn werk in de wijken op Zuid te richten. Hij houdt zich vanaf dat moment bezig met straatgroepen en gebiedsontwikkeling, maar zijn hart ligt bij het onderwijs. Dan loopt hij zomer 2007 bij een publiek debat in Het Gemaal Ella Vogelaar, minister voor Wonen, Werken en Integratie, tegen het lijf. Het gesprek gaat al snel over het onderwijs en gemiste kansen daarin. “Er is hier helemaal geen school die zo werkt,” zegt Henk als hij zijn visie op onderwijs, of eigenlijk het gebrek daaraan, met haar deelt. Wim Pak, directeur van OBS Bloemhof, die ook bij het debat aanwezig is, staat op. “Wij wel,” interrumpeert hij.

2008 – 2011

De allereerste

Vakmanstad
Kok-kunstenaar Ralph van Meijgaard in de keuken van OBS Bloemhof.

De shout-out van Wim Pak leidt tot een aantal vervolggesprekken en plannenmakerij. Vanuit Pact op Zuid krijgt Henk in 2007 de kans om op OBS Bloemhof zijn visie op onderwijs in praktijk te brengen. “Drie jaar subsidie moet voldoende zijn. Ga het maar doen met die school,” moedigt de gemeente hem aan. Samen met Wim Pak bouwt Henk aan zijn eerste schoolproject. Het is het begin van Rotterdam Vakmanstad. Het mooie is dat de circulaire en integrale visie niet alleen op strategisch niveau blijft hangen, maar ook praktisch wordt uitgewerkt in op elkaar afgestemde leerlijnen: judo, eten, koken, tuinieren en filosofie. Later wordt daar cultuur en techniek aan toegevoegd. Er wordt met de gemeente gepraat over het ontwikkelen van wijktuinen en woningcorporatie Vestia investeert mee in de keuken die vanaf het eerste uur wordt gerund door de kok-kunstenaar Ralph van Meijgaard. Een gezamenlijke Iftarmaaltijd voor ouders levert het eerste ouderteam op. Voor de projectcoördinatie stelt Henk een van de jongeren aan die hij in zijn straatproject heeft ontmoet: Marvin Pires. Henk trekt een judolerares aan en werft studenten van de Hogeschool Rotterdam en de Erasmus Universtiteit als stagiairs voor ondersteuning bij de lessen. Om de kwaliteit te borgen monitort het team van Nanne Boonstra van het Verwey Jonker instituut vanaf het eerste uur de lesprogramma’s. Het project op de basisschool wordt Fysieke Integriteit genoemd. In de loop van de jaren verandert dit in Doen-denken. Dit wordt het kernstuk van een ecosociale educatie en vorming, die Henk door de hele onderwijscarrière van kinderen en jongeren heen wil weven. Hij ziet dit als de sociaal-culturele netwerkstructuur voor een duurzaam vakmanschap dat aan de eisen van de 21ste eeuw tegemoet komt. Het blijkt een succes.

Een godsgeschenk in barre tijden

Dan breekt rond 2011 de kredietcrisis echt door. In de tijd dat alles om lijkt te vallen en subsidiekranen worden dichtgedraaid, komt er een godsgeschenk voorbij. Op zijn fiets, met een groep jonge, ambitieuze meiden achter zich aan. Het is Roelof Prins. Hij heeft van Martijn van der Vorm, wiens grootvader de Holland Amerika Lijn heeft opgezet, de opdracht gekregen om waardevolle projecten met jongeren voor de stad Rotterdam te vinden. Martijn wil met zijn vermogen namelijk graag iets terugdoen voor de stad. Roelof is de directeur van Stichting De Verre Bergen. Henk vraagt Marvin om eens even met Roelof te gaan praten. Het verhaal van Marvin over Rotterdam Vakmanstad spreekt Roelof aan. Nadat het goed op papier is gezet en begroot, wordt het als een van de vier projecten door Stichting De Verre Bergen geadopteerd. De weg naar nieuwe mogelijkheden en uitbreiding ligt open. Want niet alleen het basisonderwijs vormt de basis van intercultureel samenleven en duurzaam vakmanschap, ook in het vmbo en mbo is een wereld te winnen.

2011 – 2016

Booming jaren

DSCN1150
Leerlingen maken zelf een TV-programma in de Mediawerkplaats op RVC de Hef.
Vakmanstad-Manege
Bezoek aan Rotterdamsche Manage met de Brede Vakantieschool in 2014.

Het zijn vruchtbare jaren. Op het vmbo De Wielslag dat geheel vernieuwd doorstart als Rotterdams Vakcollege De Hef wordt het Vakhuis met vier werkplaatsen opgericht. Bij de ontwikkeling van de cultuurlesprogramma’s wordt Sylvia Wiegers van Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) betrokken. Leerlingen gaan zelf TV-programma’s maken. Op het techniekcollege van ROC Albeda en Zadkine wordt de Vakwerf opgericht. Daarin krijgen studenten extra programmamodules aangeboden die gericht zijn op duurzaam vakmanschap. Het portfolio groeit: drie basisscholen uit de wijken Feijenoord, Carnisse en Tarwewijk sluiten zich aan, twee scholen uit het speciaal basisonderwijs nemen zelf de aanpak over. Lesprogramma’s worden uitgebreid met huiswerkklassen en met een Brede Vakantieschool. De IMC Weekendschool sluit zich aan. Met ondersteuning van Vogelgezang Foundation verzorgt Rotterdam Vakmanstad ook de Gezonde Lunch op de Agnesschool. Doen-denken is in 2015 door de hele onderwijskolom gevlochten: van basisschool tot universiteit. De kennis en ervaring van bestuursleden als Paul de Haan en Peter de Regt zet Rotterdam Vakmanstad in deze periode steviger op de kaart. Met Rachid el Ousrouti als zakelijk leider wordt Rotterdam Vakmanstad in deze periode verder geprofessionaliseerd. Zijn ervaring uit het bedrijfsleven komt goed van pas. Met de komst van Aetzel Griffioen, filosofiedocent en programmacoördinator, wordt het team van coördinatoren versterkt. Op basis van het onderzoek naar het programma op de basisscholen èn op basis van evaluaties met partners, waaronder scholen en financiers, besluit Rotterdam Vakmanstad om de volgende jaren vooral te focussen op het programma Doen-denken en het Vakhuis. Stichting De Verre Bergen besluit eind 2016 om het project voor nog eens vier jaar te financieren.

Ondertussen blijft Rotterdam Vakmanstad onder leiding van Henk partijen verbinden om integraler en duurzamer onderwijs aan de man te brengen. In de loop der jaren bezoeken naast buitenlandse delegaties ontelbare instanties, topambtenaren, wethouders, ministers en zelfs de koningin de projectscholen. Er is overleg met OCW en samenwerking met het SLO. Er worden keukens en tuinen op andere scholen ontwikkeld door subsidies van fondsen als Vogelgezang. Met het oog op de onvermijdelijke aflossing van de wacht initieert Henk een kwadrantoverleg: een tweemaandelijks overleg tussen de betrokken basisschooldirecties, Stichting De Verre Bergen, de schoolbesturen BOOR en RVKO en Rotterdam Vakmanstad. Half 2016, treedt Henk terug als directeur. Hij draagt het directeursstokje over aan Rachid, terwijl Aetzel de uitwerking van de leerlijnen van hem overneemt.

2016 – 2020

Intern beginnen, buiten winnen

IMG_23681
Rachid el Ousrouti

Na zijn aftreden blijft Henk nog twee jaar aan als adviseur. Rachid herstructureert de interne processen en herijkt met het gehele team de missie, visie en strategie om vanaf 2018 gas te kunnen geven op de ambities van Rotterdam Vakmanstad. Aetzel werkt intussen met het hele docententeam aan de uitwerking van 1280 lessen op vijf leerlijnen. Onder meer met een nieuwe website en meer zichtbaarheid in de markt wil de organisatie nog meer betekenis geven aan zijn missie en visie. Het motto om met, voor en door jongeren de wereld mooier en beter te maken geldt nog steeds. Ook kinderen en jongeren die opgroeien in lastige(re) situaties kunnen een positieve bijdrage leveren aan die wereld. Meer leerplezier en leersucces van kinderen en jongeren zorgt daarvoor. Kortom, onderwijs volgens de opvattingen van Rotterdam Vakmanstad blijft hard nodig.

In juni 2018 neemt Henk officieel afscheid. Hierna staat een verhuizing gepland van Rotterdam-Zuid naar Rotterdam-Centrum. Het is metaforisch voor de toekomst. Rotterdam Vakmanstad wil overal middenin blijven staan. Rotterdam Vakmanstad speelt al een prominente rol als het gaat om het breder op de kaart zetten van onderwijs in Nederland. Het Nationaal Expertise Centrum Onderwijs is zeer gecharmeerd van de Technieklijn en Filosofielijn. Wat ooit als een integraal concept is bedacht, dat op een aantal scholen is uitgewerkt, is nu een innovatief scenario waar scholen mee aan de slag kunnen. In vier jaar tijd kan Rotterdam Vakmanstad een school naar een hoger niveau kan tillen. Dat het succes van zo’n interventie afhangt van de actieve betrokkenheid van alle partners, is in het verleden duidelijk geworden. Het scholen van teams en docenten is een eerste vereiste. Als school zelf een lerende organisatie worden voldoet aan onze drie maatstaven: duurzaam onderwijs, duurzaam werken en duurzaam leven. Uiteindelijk gaat het Rotterdam Vakmanstad om één ding: het creëren van een andere levensstijl, waardoor jongeren van nu een actieve bijdrage kunnen leveren aan een leefbare en rechtvaardige wereld.

Bibliografie
Henk Oosterling schreef vier boeken die de verschillende periodes van het gedachtegoed van Rotterdam Vakmanstad vanuit strategisch, tactisch, operationeel, reflectief en meditatief oogpunt beschrijven.

  • Rotterdam Vakmanstad. (2006-2007)
  • Woorden als daden (2007-2009)
  • Wat heet lichamelijke opvoeding? (2012)
  • Eco3. Doendenken (2010-2013)